§ 5. Verbinding tussen voertuigen
A. Alle categorieën samenstellen van voertuigen Artikel 5.18.54
Bij samenstellen van voertuigen moet de aanhangwagen door een enkele, passende en geschikte koppeling, die niet kan lostrillen, zodanig aan het trekkend voertuig zijn verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen zoveel mogelijk wordt voorkomen.
B. Samenstellen van personenauto, bedrijfsauto of driewielig motorrijtuig en aanhangwagen
Artikel 5.18.55
Aanhangwagens moeten zich zodanig ten opzichte van het trekkend voertuig kunnen bewegen dat de voertuigen in hun uiterste standen, met een maximum van 90°, niet worden begrensd door delen van de reminrichting, van de elektrische installatie en van de koppeling, alsmede, voor zover aanwezig, van de hulpkoppeling en van de besturingsonderdelen.
Artikel 5.18.561.
Bij samenstellen van voertuigen moet het trekoog of de kogelkoppeling van de
aanhangwagen horizontaal of nagenoeg horizontaal liggen indien het samenstel zich op een horizontaal wegdek bevindt.
2. Bij gebruik van aanhangwagens, voorzien van een trekdriehoek met verzet, moet de koppelinrichting op het trekkend voertuig van een type zijn dat in verticale richting niet beweegbaar is.
3. Opleggers mogen alleen aan een trekker zijn gekoppeld indien een hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is, indien het samenstel van trekker en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt.
C. Samenstellen van motorfiets of bromfiets en aanhangwagen
Artikel 5.18.58
Aanhangwagens moeten zodanig aan een motorfiets of een bromfiets zijn verbonden dat de koppeling zowel bewegingen toelaat om een horizontale as als om een verticale as, loodrecht op de lengte-as van de motorfiets; indien de aanhangwagen meer dan één wiel heeft, moet de koppeling bovendien bewegingen om een as in de lengterichting van het trekkend voertuig toelaten.
§ 6. Diversen
D. Bromfietsen en daardoor voortbewogen aanhangwagens Artikel 5.18.26
3. Bromfietsen op twee wielen mogen met inbegrip van de lading niet breder zijn dan 1,00 m.
4. Bromfietsen op meer dan twee wielen mogen met inbegrip van de lading niet breder zijn dan 2,00 m.
Artikel 5.18.27
Aanhangwagens achter bromfietsen moeten in aangekoppelde toestand voldoen aan de volgende eisen:
5. de breedte van het voertuig mag met inbegrip van de lading niet meer bedragen dan 1,00 m;
6. de hoogte van het voertuig mag met inbegrip van de lading niet meer bedragen dan 1,00 m;
7. de totale massa van het voertuig mag niet meer bedragen dan de helft van de ledige massa van de trekkende bromfiets;
Mag ik een aanhangwagentje achter mijn scooter of bromfiets hebben?
Dat is toegestaan, onder bepaalde voorwaarden.
De van toepassing zijn de artikelen uit het voertuigreglement:
Artikel 5.18.26
1. Bromfietsen op twee wielen mogen met inbegrip van de lading niet breder zijn dan 1,00 m.
2. Bromfietsen op meer dan twee wielen mogen met inbegrip van de lading niet breder zijn dan 2,00 m.
Voor de aanhangwagens geldt artikel 5.18.27 uit het voertuigreglement.
Aanhangwagens achter bromfietsen moeten in aangekoppelde toestand voldoen aan de volgende eisen:
a. de breedte van het voertuig mag met inbegrip van de lading niet meer bedragen dan 1,00 m;
b. de hoogte van het voertuig mag met inbegrip van de lading niet meer bedragen dan 1,00 m;
c. de totale massa van het voertuig mag niet meer bedragen dan de helft van de ledige massa van de trekkende bromfiets;
d. de afstand van de achteras van de trekkende bromfiets tot de achterzijde van de aanhangwagen met inbegrip van de lading mag niet meer bedragen dan 2,00 m.
Wat het kenteken betreft: op een aanhangertje achter een bromfiets (of brommobiel) moet een witte kentekenplaat, met hetzelfde nummer als het trekkende voertuig.
Bron: Minsterie van verkeer en waterstaat.
http://www.verkeerenwaterstaat.nl/onderwerpen/
vervoermiddelen/brom/vraag_en_antwoord/index.aspx#v2